Kosten van de deskundige in een echtscheidingsprocedure/ondernemer

In een verzoekschriftprocedure, waarin de rechtbank wordt verzocht de echtscheiding uit te spreken en te bepalen dat de tussen partijen bestaande gemeenschap van goederen wordt verdeeld, op de door partijen voorgestane wijze bepaalt de rechtbank uit welke bestanddelen de huwelijksgemeenschap op de peildatum bestaat. Vervolgens worden de verzoeken van partijen behandeld.

Indien tot die bestanddelen één of meer ondernemingen behoren, waarvan beide echtelieden eigenaar zijn, dienen partijen zich ook uit te laten over de wijze waarop zij tot een verdeling wensen te komen. In de praktijk zal de ondernemer zich veelal op het standpunt stellen dat de onderneming door hem/haar wordt gedreven en dat de aandelen die in de gemeenschap vallen door de niet-voortzettende echtgenoot aan de voortzettende echtgenoot dienen te worden toegescheiden.

Bij de boedelscheiding en dien ten gevolge de overdracht van het belang van de ene aan de andere partner, moet de waarde van de onderneming/de aandelen in de vennootschap worden vastgesteld.

Indien partijen onderling niet tot overeenstemming komen over de waarde van de aandelen in de onderneming wordt veelal een deskundige benoemd door de rechtbank. De deskundige dient de waarde van de aandelen te bepalen en zal zich uitlaten over de financiële afwikkeling.

Kosten deskundige

De rechtbank benoemt een deskundige en bepaalt dat de deskundige onderzoek zal verrichten. De deskundige wordt tevens verzocht om de kosten van diens werkzaamheden te begroten. De rechtbank bepaalt dat de voorschotnota door partijen dient te worden voldaan. Indien één van beide partijen procedeert op basis van een toevoeging, wordt de helft van het voorschot voor die partij door de griffier in debet gesteld.

De rechtbank verstrekt de deskundige de “ leidraad deskundige” waarin onder andere regels zijn opgenomen over de betaling en overschrijding van het voorschot bedrag. De deskundige dient bij de uitvoering de regels van de leidraad deskundige te volgen. Dreigt de deskundige het eerste voorschot te overschrijden, dan schrijft de leidraad voor dat de deskundige het onderzoek onderbreekt en een schriftelijk verzoek om een aanvullend voorschot indient bij de rechtbank.

Indien de deskundige deze regels niet volgt en zijn werkzaamheden voorzet en pas later om een nieuw voorschot verzoekt, dan loopt de deskundige het risico dat de rechtbank dat verzoek afwijst, omdat er dan geen sprake meer is van een voorschot ten behoeve van nog uit te voeren werkzaamheden. Een verzoek om een aanvullend voorschot ten behoeve van reeds uitgevoerde werkzaamheden is namelijk in strijd met de genoemde leidraad.

De rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem overwoog in haar beschikking van 16 maart 2016 FA RK 13-2362 het volgende in r.o. 2.5;

Op 21 oktober 2014 heeft de deskundige de verwachte kosten van zijn onderzoek begroot, zich baserend op het inmiddels ontvangen procesdossier. Aard en omvang van de te waarderen onderneming waren hem toen dus bekend. Vervolgens verzoekt de deskundige op 29 mei 2015 een aanvullend voorschot te laten storten, stellende dat de stand van het onderhanden werk inmiddels is opgelopen tot euro…..een specificatie is daarbij niet gegeven. Nadat is bericht dat een verzoek om een aanvullend voorschot voor reeds uitgevoerde werkzaamheden is in strijd is met genoemde leidraad, is vervolgens op 18 augustus 2015 de factuur ontvangen ten bedrage van euro…, met een specificatie

Verweer tegen exorbitante overschrijding voorschot

Indien de deskundige, nadat zijn verzoek om een tweede voorschot uit te betalen door de rechtbank gepasseerd ziet en zijn tweede voorschotnota omzet in een definitieve nota, kunnen partijen zich nog tegen de hoogte van de nota verzetten. Partijen kunnen bijvoorbeeld aanvoeren dat de nota buitensporig hoog is en niet in overeenstemming is met de begroting die de deskundige voorafgaand aan diens werkzaamheden heeft opgesteld. Voorts kunnen partijen de specificatie van de gewerkte uren bestrijden. Dit kan ertoe leiden dat de rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van een gegronde reden om de begroting te overschrijden. Tevens kan de rechtbank tot de conclusie komen dat de op de specificatie vermelde uren buitensporig hoog zijn.

De rechtbank  kwam in haar beschikking van 16 maart 2016 tot het oordeel dat de gevolgen van de overschrijding van de begroting voor rekening van de deskundige dienen te komen.

De rechtbank bepaalt onder r.o. 2.7 dat;

“waar het voorschot echter gebaseerd is op een begroting, in redelijkheid enige overschrijding van een begroting aanvaardbaar is en door de deskundige een gedegen rapport is uitgebracht, ziet de rechtbank aanleiding het op de factuur vermelde bedrag te matigen……BTW”

Conclusie

De deskundige dient zich bij de uitvoering van diens opdracht te houden aan de “ leidraad deskundige” indien hij zich daartegen bij het aannemen van de opdracht niet heeft verzet. Als de deskundige de voorschriften uit genoemde leidraad niet naleeft en diens begroting met ruim 2,5 keer zoveel uren overschrijdt, loopt hij het risico dat zijn kosten door de rechtbank worden gematigd. Voor partijen is het derhalve zaak goed in de gaten te houden of de deskundige de leidraad volgt, alsmede om de specificatie van de opgevoerde uren kritisch te bekijken.

Omdat partijen in een dergelijk verdelingsprocedure als hierboven beschreven niet alleen te maken krijgen met de kosten van de deskundige, die door de rechtbank is aangesteld, maar daarnaast ook met de kosten van hun eigen advocaat en wellicht die van hun eigen deskundige, is het raadzaam een kritische houding aan te nemen, teneinde zoveel mogelijk kosten te besparen.

 

Auteur: mr T de Deugd 31 maart 2016

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *